Kernwaarden
Des·kun·dig (bn.)
1 met kennis van zaken => beslagen, gekwalificeerd, onderlegd, oordeelkundig, ter zake
kundig; <=> ondeskundig
Ac·cu·raat (bn.)
1 zeer nauwkeurig => zorgvuldig; <=> inaccuraat
Snel (de ~ (v.), -heden)
1 het zich snel kunnen voortbewegen
2 grootheid die de verhouding tussen de afgelegde weg en de daarvoor gebruikte tijd
uitdrukt => gang, tempo, vaart
3 mate waarin een proces voortgang heeft
4 [foto.] lichtgevoeligheid van opnamemateriaal
Prag·ma·tisch (bn.)
1 op nut en bruikbaarheid gericht => nuchter
In·te·ger (de ~ (v.))
1 onkreukbaarheid
2 onschendbaarheid van een staat of een persoon

